Een app voor het dorpshuis
In Wommels roosteren zestig vrijwilligers zichzelf in met een programma dat ze zelf lieten bouwen. Simpel, saai en precies wat nodig was.
Voor wie het nooit heeft gedaan: een dorpshuis draaiend houden is vooral puzzelen. Wie staat er zaterdag achter de bar, wie sluit af, wie heeft de sleutel, en wie belt er als iemand ziek is.
In Wommels deed één vrijwilliger dat jarenlang met een schrift en een telefoon. Toen zij ermee stopte, bleek niemand het over te willen nemen. Dat was het begin.
“We zochten geen app. We zochten een opvolger. Dit was goedkoper.”
— Hilda Reitsma, bestuurslid dorpshuis
Het probleem was niet digitaal
Het bestuur begon met de vraag wat die ene vrijwilliger eigenlijk deed. Dat bleek voor 80 procent achter mensen aanbellen: herinneren, ruilen, vervangen zoeken.
“Pas toen we dat opschreven, zagen we dat een programma dat kan”, zegt bestuurslid Hilda Reitsma. “Een rooster maken is het kleinste deel. Het nabellen is het werk.”
Zelf laten bouwen
Een student uit het dorp bouwde het in zijn afstudeerstage: een website waarop vrijwilligers zich inschrijven, ruilverzoeken plaatsen en automatisch een herinnering krijgen. Geen account, alleen een persoonlijke link per e-mail.
Die keuze was bewust. “De helft van onze vrijwilligers is boven de zeventig. Een wachtwoord is voor hen een drempel, en een drempel is een verloren vrijwilliger.”
Wat het opleverde
Het aantal onbezette diensten daalde in een jaar van gemiddeld vier per maand naar minder dan één. Belangrijker: er kwamen elf nieuwe vrijwilligers bij die zich voor losse diensten inschrijven in plaats van voor een vaste zaterdag.
“Dat is de echte winst”, zegt Reitsma. “Mensen willen best helpen, maar niet elke maand hetzelfde hokje.”
Beschikbaar voor andere dorpen
De code staat sinds vorig jaar open en wordt gebruikt door negen dorpshuizen en twee sportverenigingen in de provincie. Het beheer ligt bij een kleine stichting; de kosten zijn zestig euro per jaar per vereniging.
Reitsma is er nuchter over. “Het is geen mooi product. Het is een saai product dat het doet. Daar is in ons soort werk veel meer behoefte aan.”


