Naar de inhoud
Ideeën

Groener ondernemen aan de Waddenzee

Langs de Friese kust ontstaan initiatieven die economie en natuur versterken. ‘We moeten zuinig zijn op dit unieke gebied.’

9 april 2024 3 min leestijd

Kwelder met kreken en riet bij zonsopkomst, met een zwerm ganzen laag boven het water.
Ganzen boven de kwelder bij zonsopkomst.

Bij laag water loopt het licht over de slikken tot aan de horizon. Vanaf de dijk lijkt het leeg. Wie langer kijkt, ziet de lijnen: geulen, oesterbanken, en de palen van een proefopstelling die hier sinds 2021 staat.

Op die palen groeit zeewier. Het is een van de vijf initiatieven waarmee ondernemers langs deze kust proberen iets te verdienen zonder het gebied uit te putten.

“We moeten zuinig zijn op dit unieke gebied. Niet omdat het moet, maar omdat we ervan leven.”

— Tsjalling Kooi, akkerbouwer en initiatiefnemer

Zilte teelt op de kwelder

Op tien hectare buitendijks land teelt een groep akkerbouwers sinds drie jaar zilte gewassen: zeekraal, lamsoor en een zouttolerante aardappel. De opbrengst per hectare is lager dan binnendijks, de prijs per kilo hoger.

“Het is geen vervanging van ons bedrijf”, zegt Tsjalling Kooi. “Het is een tweede been. En het leert ons wat er gebeurt als het zout verder landinwaarts komt, want dat komt het.”

Natuur als voorwaarde, niet als sluitpost

Illustratie: kwelder met kreken die naar de horizon lopen, met ganzen in de lucht

Alle vijf initiatieven werken met een vaste afspraak: tussen half maart en half juli ligt het werk op de kwelder stil, in verband met broedende vogels. Dat kost de ondernemers een deel van het seizoen.

“Dat was even slikken”, zegt Kooi. “Maar we hebben het zelf voorgesteld. Als wij het niet regelen, regelt iemand anders het strenger.”

De markt moet nog wennen

Zilte groente verkoopt goed aan restaurants en slecht aan supermarkten: de volumes zijn te klein en te wisselend. Het zeewier gaat vooralsnog naar onderzoek en naar één producent van veevoer.

De groep koos daarom voor gezamenlijke afzet via één verkooppunt, zodat een afnemer niet met vijf boeren hoeft te bellen. “Dat klinkt simpel. Het kostte ons anderhalf jaar.”

Wat er op het spel staat

Het Waddengebied is werelderfgoed, en dat brengt regels mee die soms botsen met ondernemen. De initiatiefnemers pleiten voor een vaste proefruimte: een afgebakend gebied waar iets mag worden geprobeerd en gemeten.

“Nu is elk experiment een aanvraag van twee jaar”, zegt Kooi. “Dan is de ondernemer weg voordat hij iets heeft geleerd. En dat gebied heeft juist die kennis nodig.”