Naar de inhoud
Ideeën

De oogst van een lege akker

Zeven boeren zaaiden kruidenrijk grasland in op hun slechtste percelen. Vier jaar later blijkt het hun beste beslissing.

24 februari 2024 2 min leestijd

Illustratie: twee koeien in een weiland vol bloeiende kruiden

Elk bedrijf heeft een perceel dat tegenvalt. Te nat, te ver, te veel bochten. Zeven boeren in Noardeast-Fryslân besloten in 2020 om juist die percelen anders in te richten: geen raaigras maar een mengsel van twintig soorten.

Het idee kwam van een van hen, na een slecht jaar. “Ik had daar toch niets te verliezen”, zegt Sietse Dijkstra. “Dat was het hele plan.”

“Ik dacht dat ik iets voor de vogels deed. Uiteindelijk deed ik iets voor de koeien.”

— Sietse Dijkstra, melkveehouder

Minder opbrengst, minder kosten

De opbrengst per hectare ligt zo'n vijftien procent lager dan bij raaigras. Daar staat tegenover dat er geen kunstmest op gaat en dat het gewas droge zomers beter doorstaat, doordat de kruiden dieper wortelen.

In 2022, een droog jaar, lag de opbrengst van deze percelen hoger dan die van de naastgelegen raaigraspercelen. “Dat was het jaar dat de twijfelaars omgingen.”

De koeien merken het

Illustratie: close-up van kruidenrijk gras met klaverblad en een enkele oranje bloem

Volgens de dierenarts die de zeven bedrijven bezoekt, is het aantal behandelingen voor klauw- en maagproblemen in deze groep gedaald. Hard bewijs is dat niet: de groep is klein en er veranderde meer tegelijk.

“Wij zeggen niet dat het door het gras komt”, zegt Dijkstra. “We zeggen dat we het zien. Voor de zekerheid houden we het nu vijf jaar bij, samen met de universiteit.”

Wat het lastig maakt

Kruidenrijk grasland vraagt ander beheer: later maaien, minder vaak, en niet te kort. Wie dat verkeerd doet, heeft na twee jaar weer raaigras. Drie van de zeven moesten opnieuw inzaaien.

Ook de pacht speelt mee. Op gepacht land voor zes jaar begin je hier niet aan, zegt Dijkstra, want de investering verdien je pas in jaar vier terug.

Van zeven naar vijftig

De groep is inmiddels gegroeid naar ruim vijftig deelnemers, verspreid over de provincie, met een eigen zaaizaadinkoop en vier veldbijeenkomsten per jaar.

“Het mooiste is dat niemand hier iets voorschrijft”, zegt Dijkstra. “We laten elkaar zien wat er gebeurt op ons slechtste perceel. Dat overtuigt beter dan welke folder dan ook.”