Naar de inhoud
Leven in Friesland

Het pad dat iedereen maakte

Negentien kilometer wandelpad over land van veertig eigenaren. Het kostte zes jaar en vooral heel veel keukentafels.

19 februari 2024 2 min leestijd

Illustratie: graspad dat door weiland naar de horizon loopt, met halverwege een klaphek

Op de kaart is het een dunne stippellijn van negentien kilometer. In werkelijkheid is het een keten van 40 afspraken, elk gemaakt aan een keukentafel met een boer die eerst nee zei.

Het klompenpad tussen twee dorpen bestaat sinds 2022 en wordt jaarlijks door naar schatting achtduizend mensen gelopen.

“Veertig keer ja is moeilijker dan één keer ja. Maar het houdt wel beter stand.”

— Hessel Tjeerdsma, initiatiefnemer

Waarom het zes jaar duurde

Het pad loopt bijna helemaal over particulier land. Elke eigenaar moest instemmen, en één weigering betekende een omweg of een doodlopend stuk.

De zorgen waren steeds dezelfde: honden tussen het vee, hekken die openblijven, aansprakelijkheid bij een ongeluk. Pas toen daar concrete antwoorden op lagen, kwam er beweging.

De afspraken die het mogelijk maakten

Illustratie: houten klaphek met drie dwarslatten en een bordje met gebruiksregels ernaast

Honden mogen niet mee, punt. Het pad is dicht tijdens het weidevogelseizoen op de percelen waar dat speelt. De aansprakelijkheid loopt via een collectieve verzekering van de stichting, niet via de grondeigenaar.

En er is een vergoeding: een bedrag per strekkende meter per jaar, bescheiden maar reëel. “Dat laatste is belangrijker dan het lijkt”, zegt Hessel Tjeerdsma. “Het maakt het een afspraak in plaats van een gunst.”

Onderhoud is het echte werk

Een graspad door weiland verdwijnt binnen een seizoen als niemand maait. Twaalf vrijwilligers lopen het pad in ploegen na, repareren hekken en vervangen de markeringen.

De jaarlijkse kosten liggen rond de zevenduizend euro, betaald uit de vergoedingen van twee gemeenten en een provinciale regeling. Dat is de zwakste schakel, want die regeling loopt over twee jaar af.

Wat het dorp eraan heeft

Het café aan het beginpunt heeft er een dag omzet per week bij, en de boerderijwinkel halverwege verkoopt in het weekend het dubbele. Grote bedragen zijn het niet, maar wel het verschil tussen open en dicht.

Voor Tjeerdsma weegt iets anders zwaarder. “Mensen uit het dorp lopen er zelf het meest. Ze kenden hun eigen land niet. Dat vind ik nog het mooiste resultaat.”