Naar de inhoud
Leven in Friesland

Taal die meegaat

Het Fries verdwijnt niet, maar het verandert. Op school, op straat en in de telefoon zoeken mensen naar een vorm die past.

27 februari 2024 2 min leestijd

Illustratie: opengeslagen boek met naast zich een tweetalig bord

Ongeveer de helft van de Friezen spreekt het thuis, driekwart verstaat het, en veel minder mensen schrijven het. Dat laatste getal is het interessantste, want daar zit de beweging.

Op twee basisscholen, in een app en bij een streekomroep wordt geprobeerd om schrijven weer gewoon te maken. Met wisselend succes.

“Iedereen praat het. Zodra er een toetsenbord bij komt, schakelt men over.”

— Wytse Hoekstra, taalkundige

Waarom schrijven het moeilijkst is

Wie Fries spreekt maar het nooit heeft geleerd schrijven, voelt zich onzeker over de spelling. Die onzekerheid is voldoende om over te stappen op het Nederlands, zeker in een appgroep waar iedereen meeleest.

“Het is geen onwil”, zegt taalkundige Wytse Hoekstra. “Het is schaamte. En schaamte los je niet op met een campagne maar met oefenen zonder publiek.”

Een spellingcontrole als drempelverlager

Illustratie: telefoon met een berichtenlijst waarin twee regels zijn gemarkeerd

Daarom werd er gewerkt aan een Friese spellingcontrole voor telefoons en tekstverwerkers. Die bestaat inmiddels, is gratis, en wordt naar schatting door enkele duizenden mensen gebruikt.

Het effect is bescheiden maar meetbaar bij de streekomroep: het aantal Friestalige reacties op berichten verdubbelde nadat de redactie er in een bericht op wees.

Op school

Twee basisscholen geven sinds drie jaar rekenen en wereldoriëntatie deels in het Fries, niet als vak maar als voertaal. De leesvaardigheid in het Nederlands bleef daarbij gelijk, wat de grootste zorg van de ouders was.

Wat wel schuurt is het materiaal. Methodes in het Fries zijn er nauwelijks, dus leerkrachten vertalen zelf. Dat kost een paar uur per week en dat houdt niet iedereen vol.

Geen museumstuk

Hoekstra verzet zich tegen het idee dat het Fries beschermd moet worden als een voorwerp. Een taal die alleen in liedjes en op borden voorkomt, is volgens hem al verloren.

“Het moet in de mail naar de gemeente kunnen, in een offerte en in een appje naar je zus. Pas dan is het een taal en geen versiering.”