Friese makers bouwen aan morgen
In Makkum werkt scheepsbouwer Jelmer de Boer aan duurzame zeiljachten met een verhaal. Over vakmanschap, innovatie en de kracht van lokaal ondernemen.

De loods ruikt naar hars en nat hout. Aan de lange wand liggen de mallen op volgorde, van de kleinste sloep tot het casco dat nu onder handen is. Jelmer de Boer strijkt met zijn hand over een gang en voelt waar het hout nog moet wijken. “Je kunt het meten”, zegt hij, “maar je voelt het eerder.”
De werf bestaat sinds 1953 en bouwde decennialang polyester. Sinds vier jaar niet meer. De Boer stapte over op hout uit Europese bossen, plantaardige harsen en een romp die aan het eind van zijn leven weer uit elkaar te halen is. “Dat klinkt groot. Het begon met een klant die vroeg wat er met zijn boot gebeurt als hij er niet meer is.”
“Een boot die veertig jaar meegaat, is de duurzaamste boot die er is.”
— Jelmer de Boer, scheepsbouwer in Makkum
Terug naar hout, vooruit in techniek
De overstap was geen stap terug. In de kleine tekenkamer naast de loods staan twee schermen waarop de rompen worden doorgerekend: stijfheid, gewicht, waterverplaatsing. Wat er uitkomt, gaat naar de frezer en daarna naar de handen van de timmerlieden.
“Mensen denken bij ambacht aan langzaam”, zegt De Boer. “Wij zijn juist sneller geworden. We maken minder fouten, omdat we het eerst goed uitrekenen. En we gooien bijna niets weg, want elk plankje ligt al ingedeeld voordat de zaag erin gaat.”
Leveranciers binnen een uur rijden

Bijna alles wat de werf nodig heeft komt uit een straal van zestig kilometer: het beslag uit Harlingen, de zeilen uit Workum, de elektronica uit Sneek. Dat is geen principe maar rekenwerk, zegt De Boer. “Als er iets mis is, staat de leverancier hier de volgende ochtend. Dat scheelt weken.”
De keerzijde kent hij ook. Een kleine keten is kwetsbaar. Toen vorig jaar een lasbedrijf stopte, lag de productie bijna stil. “Sindsdien hebben we voor elk onderdeel een tweede adres. Nuchter blijven hoort erbij.”
Vakmensen opleiden kost tijd
Het grootste knelpunt is niet het hout en niet de order. Het zijn de mensen. Een scheepstimmerman is in vijf jaar niet klaar, zegt De Boer, en de opleidingen in de regio zijn dun bezaaid. De werf leidt daarom zelf op, met drie leerlingen tegelijk.
“Dat kost ons het eerste jaar geld en het tweede jaar geduld. Maar wie hier na vijf jaar staat, kan een schip bouwen. Dat kun je nergens kopen.”
Wat de werf verder wil
De komende twee jaar wil De Boer de reparatietak uitbreiden. Onderhoud houdt bestaande schepen langer in de vaart, en dat past beter bij het verhaal dan elk jaar meer nieuwbouw. “Groeien is hier geen doel op zich.”
Wat hij anderen meegeeft die iets soortgelijks willen: begin met één klant die het begrijpt. “Wij hadden er één. Nu hebben we een wachtlijst. Daar zit geen truc tussen, alleen tijd.”


